Stel je bouwt een crypto-wallet. Een stukje software waarmee mensen hun munten bewaren en verhandelen. Moet je jezelf dan registreren als een officiele effectenmakelaar, met alle regels en kosten die daarbij horen? In de Verenigde Staten was dat lang een grijs gebied. Deze week trok de belangrijkste derivatentoezichthouder een streep, en die streep valt opvallend gunstig uit voor ontwikkelaars.
Wat de CFTC precies besloot
De Commodity Futures Trading Commission (CFTC) is in de VS de waakhond voor de handel in futures en andere derivaten. Op 17 september breidde de afdeling die naar marktpartijen kijkt een zogeheten no-action relief uit. Dat is geen wet, maar een belofte: de toezichthouder zegt toe dat hij niet gaat handhaven tegen een bepaalde groep, zolang die zich aan de gestelde voorwaarden houdt.
De groep in kwestie zijn aanbieders van wat de CFTC “passieve software” noemt. Denk aan wallets en interfaces die gebruikers verbinden met een handelsplaats, zonder dat de ontwikkelaar zelf de trades uitvoert of het geld in handen neemt. Die partijen mogen onder deze regeling derivaten onder de aandacht brengen en handelskosten innen, zonder zich als broker te hoeven inschrijven. Je kunt de exacte voorwaarden nalezen in de officiele aankondiging van de CFTC.
Waarom “passief” hier het toverwoord is
Het draait allemaal om dat woord passief. De redenering van de toezichthouder is dat software die alleen doorgeeft, en niet zelf beslist of bewaart, geen makelaar is in de klassieke zin. Vergelijk het met een brievenbus. De post die erin gaat is niet van jou, jij zorgt alleen dat de brief op de juiste plek belandt. Zo bekijkt de CFTC deze wallets: als doorgeefluik, niet als tussenpersoon die met andermans geld schuift.
Dat onderscheid is belangrijk, want brokerregels zijn zwaar. Ze vragen om registratie, kapitaalbuffers, toezicht op klanten en administratie. Voor een klein team dat een app bouwt is dat vaak niet te doen. Door de passieve variant vrij te stellen, houdt de toezichthouder de deur open voor bouwers die anders misschien naar het buitenland zouden uitwijken.
Van Phantom naar een breder kader
Deze regeling komt niet uit de lucht vallen. De basis werd eerder gelegd voor Phantom Technologies, de maker van een populaire wallet in het Solana-ecosysteem. Wat toen als maatwerk voor een enkel bedrijf begon, is nu opgerekt tot een raamwerk waar meer aanbieders gebruik van kunnen maken. Zo verandert een uitzondering langzaam in een soort blauwdruk.
Dat patroon zie je vaker bij toezichthouders. Eerst een voorzichtige uitzondering voor een concrete partij, dan kijken hoe het uitpakt, en pas daarna een bredere lijn. Voor de sector is dat prettig, want het geeft houvast. Tegelijk blijft het een no-action letter en geen wet. Een volgende bestuurssamenstelling bij de CFTC kan de koers weer bijstellen, dus rotsvast is deze zekerheid niet.
Wat dit voor de bredere markt betekent
Voor ontwikkelaars in de DeFi-wereld is dit een klein maar concreet lichtpuntje. DeFi staat voor decentralized finance, financiele diensten die via software op een blockchain draaien in plaats van via een bank of broker. Juist daar botste het idee van een niet-registrerende bouwer altijd met regels die voor traditionele tussenpersonen zijn geschreven. Deze verruiming erkent dat een stukje code iets anders is dan een makelaarskantoor.
Ook voor Europese en Nederlandse bouwers is dit interessant om te volgen. De VS is nog altijd de grootste markt voor crypto-innovatie, en de manier waarop Amerikaanse toezichthouders begrippen als broker en software invullen, kleurt vaak het gesprek daarbuiten. Onder de Europese MiCA-regels ligt de nadruk sterker op vergunningen voor aanbieders, dus het contrast met deze soepelere Amerikaanse aanpak wordt er alleen maar scherper door.



