Stel dat er elk jaar wat extra plakjes bij een pizza komen, maar dat de pizza zelf even groot blijft. Jouw plakje wordt dan steeds iets kleiner. Ongeveer zo werkt het als een blockchain steeds nieuwe tokens bijdrukt. Bij NEAR Protocol gaat die kraan nu verder dicht: het bestuursorgaan House of Stake heeft op 2 november ingestemd met een verlaging van het jaarlijkse uitgifteplafond met 36 procent.
Wat is NEAR eigenlijk?
NEAR is een blockchain waarop ontwikkelaars apps en diensten kunnen bouwen, vergelijkbaar met Ethereum of Solana, met de nadruk op snelheid en gebruiksgemak. De eigen munt, NEAR, betaal je voor transacties en kun je inzetten om het netwerk te beveiligen. Wil je er meer over weten, lees dan ons stuk over wat NEAR Protocol is en hoe het werkt.
Wat is er precies besloten?
Het gaat om voorstel HSP-029. Daarin staat dat de uitgifte van nieuwe tokens niet in een klap omlaag gaat, maar geleidelijk. Over een periode van 24 maanden zakt het tempo stap voor stap naar een doelniveau van 1,6 procent per jaar.
Je kunt het goedgekeurde voorstel HSP-029 zelf terugvinden op de site van House of Stake. Daar zie je ook hoe er gestemd is. De inhoudelijke discussie die eraan voorafging, met argumenten voor en tegen, staat op het governanceforum van NEAR.
Die geleidelijke aanpak is niet toevallig. Een plotselinge ingreep kan validators overvallen. Door het over twee jaar uit te smeren, krijgt iedereen tijd om zich aan te passen.
Goed nieuws voor houders, minder fijn voor stakers?
Hier zit de afweging. Minder nieuwe tokens betekent minder verwatering. Wie NEAR vasthoudt, ziet zijn aandeel in het totale aanbod dus minder snel slinken. Dat is het kleinere aantal extra pizzaplakjes.
Maar die nieuwe tokens komen niet uit het niets. Ze gaan grotendeels naar validators en stakers: de partijen die hun munten vastzetten om transacties te controleren en het netwerk veilig te houden. Minder uitgifte betekent voor hen dus een kleinere beloning. Natuurlijk is dat voor die groep minder prettig.
De vraag is of het netwerk daar veiliger of kwetsbaarder van wordt. Als staken minder oplevert, haken sommige deelnemers mogelijk af. Aan de andere kant: een munt die minder snel in waarde verwatert, kan juist aantrekkelijker worden om lang vast te houden en te staken.
Waarom kiezen blockchains hier steeds vaker voor?
NEAR staat hierin niet alleen. Veel netwerken begonnen met een royale uitgifte om validators te lokken. Dat werkt als een soort startsubsidie: in het begin heb je veel beveiligers nodig, en die moet je goed belonen.
Naarmate een netwerk volwassener wordt, verschuift de blik. Dan wil je dat validators steeds meer verdienen aan echte activiteit, zoals transactiekosten, in plaats van aan nieuw bijgedrukte munten. Het is vergelijkbaar met een startup die op een gegeven moment op eigen omzet moet draaien in plaats van op investeerdersgeld.
Ook bij NEAR is dit niet de eerste keer dat de uitgifte omlaag gaat. Eerder werd de inflatie al teruggeschroefd, en deze stemming zet die lijn voort.
De komende twee jaar worden de echte test
Op papier is het besluit genomen, maar of het uitpakt zoals bedoeld, blijkt pas tijdens de afbouw. Het hangt er vooral van af of het gebruik van NEAR groeit. Komen er meer transacties en apps bij, dan kunnen hogere transactiekosten een deel van de lagere beloning goedmaken.
Blijft die groei uit, dan kan de druk op kleinere validators oplopen. Hoeveel er tijdens de afbouw afhaken, en of de hoeveelheid gestakete NEAR op peil blijft, wordt de komende maanden dus het cijfer om in de gaten te houden.




